Hemelse blijdschap

woman-1245817_1920 (1).jpg

Op Instagram wemelt het van de blije mensen. Niet dat ik zelf niet blij en enthousiast kan zijn, maar als een ander dat in een livefilmpje met een paar wuivende palmbomen op de achtergrond is, terwijl ik ongewassen en make uploos op de bank lig, sla ik altijd een beetje dicht.

Bij mij uit blijdschap zich bijna altijd als door een worsteling heen. Ik ben bijvoorbeeld blij als ik dat eerst niet was. Ik ben blij dat het me iets heeft gekost, maar het is me alles waard geweest. Ik zal me die blijdschap na uren van benauwende barensnood tijdens de bevalling van mijn eerste kind de rest van mijn leven blijven herinneren. Veel meer dan toen ik met een paar vriendinnen in een zomernacht op een trampoline belande en de tranen werkelijk over onze wangen stroomden. Echt, ik zou niet zonder die momenten van bevrijdend lachen kunnen, maar zulke blijdschap vervliegt ook snel.

Laatst vroeg ik wanhopig aan God of Hij niet even naast me kon zitten. Heel even wilde ik het idee hebben dat ik er niet alleen voor sta. Diezelfde middag nog werd ik tijdens een lied overweldigd door blijdschap. Het was als een innige omhelzing van de hemelse Vader die me blijkbaar niet vergeten was.

We zaten deze week in het ziekenhuis, want mijn vader had een hersenbloeding gekregen. Sinds zijn eerste bloeding van jaren geleden komen ze dan in kleine en dan weer in grote mate terug. De eerste keer vormden mijn gebeden een protest: “Nee, ik wil dit niet, draai de tijd alstublieft terug; ik wil weer lachend op de trampoline springen.” En nu, negen jaar verder, is de focus van mijn gebed verschoven. Van smeken of alles weer zoals vroeger zou kunnen zijn, bid ik nu voor een stevige hemelse omarming voor mijn vader en mijn familie net als ik in de auto kreeg. Ik had de kerk een gebedsverzoek gestuurd. Na de gebedsmail gingen verschillende gemeenteleden bidden en terwijl mijn vader voorzichtig bezig was met z’n herstel, stroomden de rust en vrede zo mijn hart in. Schrijver C.S. Lewis zei eens: “God fluistert in ons genoegen, spreekt in ons geweten, maar schreeuwt in onze pijn: het is Zijn megafoon om de wereld die doof is wakker te schudden.” Blijdschap, juist als de dingen niet gaan zoals op Instagram, dat is er voor mij eentje die recht uit de hemel komt.

Advertenties

Groezelige foto’s (2)

flower-765921_1920 (1)

Ik zag ze weer. Groezelfoto’s. Dit keer in een clip van Ed Sheeran met de toepasselijke titel Photograph. Ik zie een roodharig jochie met een gitaar in z’n hand. Korrelig, wazig beeld. Er was eigenlijk niets moois aan, behalve dan dat je dat lieve jongetje herkent in degene die de muziek nu recht je hart in kan laten stromen. Het zijn de herinneringen die we willen koesteren, herinneringen aan echte mensen die ooit klein waren. Die de appelstroop aan de deurposten smeerden, zorgden dat er ’s nachts een afdruk van een legosteentje onder je blote voet achterbleef. Ik herinner me een foto waarop mijn zussen en ik staan. Mijn kleine zusje leunt als een aapje achterover, haar dikke luier naar voren gestoken. Een luier die allang verschoond had moeten worden, maar mijn moeder was en is een makkelijk mens. Die foto zou social media nooit halen, ja misschien in een rijtje van awkward familypictures, maar in deze perfecte socialmediawereld is-ie toch wat ongepast.

Dat streven naar perfectie, dat nu aan veel meer mensen is voorbehouden dan alleen zij die bij woon-en modebladen werken, doet me denken aan de film the Trumanshow. Die film gaat over het perfecte leventje van iemand, dat naarmate het verhaal verder gaat, steeds verstikkender wordt en uiteindelijk een decor blijkt van een tv-show waar de hele wereld naar kijkt. Bij kritiek of mogelijke conflicten draaien de camera’s weg, dat gebeurt ook als de hoofdpersoon een kant op gaat die door de regisseur niet wordt gewenst. Als hij z’n eigen gang wil gaan, wordt alles in gang gezet om de hoofdpersoon weer op het rechte pad te brengen, terug in een scène waarin alles tussen hem en zijn omgeving harmonieus verloopt. Een soort gecreëerde hemel zonder vrije wil. Social media is leuk, maar een stuk minder prettig als je een leven in de kreukels leeft.

Ik las een interview van zanger Niels Geusebroek, die vertelde dat de zanger van Coldplay live de hoge noten niet altijd haalt, en dat sommige mensen dat vervelend vinden. Hij zegt hierover: ‘Van mij hoeft niet elke noot raak te zijn. Het gaat om het timbre en de emotie.’ De drang naar perfectie kan de ziel uit je leven halen. Meubels die gloednieuw zijn missen nog het karakter, de herinneringen. Een geplaveid leven waarin alles gaat zoals gepland en waarin geen smet te vinden is, is leuk, maar feitelijk niet meer dan een Trumanshow.

Het avontuur begint in die film achter de schermen, daar waar het doek hem van de vrije wereld scheidt. Daar waar de imperfectie is, waar ruimte is voor het onvoorspelbare, daar waar de tranen over je wangen mogen lopen, waar je je eigen rauwe zelf mag zijn, pas daar begin je echt te leven.

Poepdag

cat-3683347_1920 (1)

Poepdag vandaag.

Lang verhaal kort: mijn peuterzoon was de hele dag loeichagrijnig – zelfs als ik de tv voor hem aanzette. Ook had de jongeman twee keer achter elkaar in zijn luier gepoept, terwijl hij al bijna naar school gaat. Die brief van school was deze week gekomen. Tijdens  het lezen bedacht ik dat ik hem binnen twee maanden zindelijk moest zien te krijgen. Dat had ik natuurlijk allang moeten doen en dat ging met zijn eigenwijze karakter en mijn ontaarde moederschap nooit meer lukken. Hij zou later met een luier om naar de middelbare school fietsen en daar zelf geen enkel probleem in zien.
Toen hij ’s avonds lag te slapen, kon ik deze dag met recht omdopen tot poepdag. Jammer, maar het was wat het was.

Totdat ik op Insta zat en dwangmatig scrollend het verschil tussen mijn poeperige leven en dat van anderen ineens zo buitensporig vond.

Nu wordt er al een lange tijd geageerd tegen de perfecte plaatjes op social media. Nog altijd vind ik het feit dat wij sinds de digitale revolutie geen groezelige foto’s meer in onze fotoalbums zullen hebben spijtig. De mislukte verwijderen we en de goede blijven over. De beelden die we doorgaans via social media delen, dat zijn vaak nét de beelden waar de een zelf wel appetijtelijk op staat en de ander lekker lelijk, zodat die ene nog mooier lijkt. (Tip: zet de tagfunctie uit).

Zelfs onze pogingen om de niet zo perfecte zaken te belichten kunnen een akelig gevoel achterlaten, de uitzonderingen waarin mensen echt goudeerlijk zijn daargelaten. De ‘ongestylde’ woonkamer van die ander bijvoorbeeld, die er nog altijd vele malen mooier uitziet dan die van jou wanneer je zelf intensief hebt opgeruimd en schoongemaakt. Want we filteren nog steeds en dan krijg je dus bloedmooie rolmodellen die vertellen dat ze vandaag niet zo lekker in hun vel zitten. Daar word je nóg depressiever van, was de conclusie van mijn man. (Als ik zelfs iets dergelijks post, gooi ik er ook twintig filters overheen en zorg ik dat het de mooiste lelijkste foto van mezelf is).

Het steeds maar belichten van alles wat fantastisch is, zorgt voor jaloezie én wanhoop over ons eigen leven, vertelt de drummer van Rend Collective in een filmpje dat ik na hun concert van vorige week bekijk. Het inspireerde hen het nummer ‘Counting every blessing’ te schrijven. Vergelijk je leven niet met dat van anderen, maar kijk maar de zegeningen die God over jouw leven uitstrooit.

Ik ontmoette laatst iemand die op een aantal van die nietsige foto’s in een van onze familiealbums staat. De foto’s waren dan misschien niet per se mooi te noemen, maar die gesprekken, daar verlang ik naar terug. We hadden het veel over het leven met God. Ik hoef mijn leven niet te meten aan dat van anderen, en zeker niet aan de 372 anderen op Insta. Ik kan zo het echte leven instappen waarin mijn God springlevend is en altijd het grote plaatje ziet. Open de ogen van mijn hart. Dan zie ik ten eerste dat ik als ontaarde moeder toch maar een jongste heb die vaak liever bij mij is dan dat-ie naar school gaat, bijvoorbeeld. En dan besef ik misschien ook dat er nog veel meer is in het leven dan wat ik met mijn eigen ogen zie.

 

Het zwarte gevaar

horse-1161689_1920 (1)

‘Wa-hat zeg je?’ De meeste bekenden verslikken zich subiet in hun koffie als ik vertel dat ik een paardencoachingsessie heb gevolgd. Eentje maar, hoor, zeg ik snel. Nu valt die reactie te verwachten, omdat ik niet meteen van de zweverige soort ben.

Na een periode waarin mijn leven langdurig aan het sidderen was geslagen, besluit ik dingen te proberen die ik anders niet snel zou doen. Dit keer dus iets met paarden.

Ik sta in een weiland met deelnemers en paarden mezelf te dwingen in het hier en nu te leven. Wat ongeveer hetzelfde effect heeft als het niet willen denken aan de roze olifant. De opdracht die we meekrijgen: kies dat paard uit waar je ‘iets’ mee hebt. Meteen zie ik al één geval bij wie dit níet gaat lukken: een zwarte hengst. Te knap en te gespierd. Vast ook heel gemeen en grillig. Merkwaardig dat ik hem vermenselijk, maar hij doet me denken aan de popi-jongen in zo’n Amerikaanse film. Ik loop naar het meer gedweeë type dat vriendelijk op mij afkomt. Een gezelligerd bij wie je weinig fout kunt doen, zo schat ik in.

Tijdens de praatsessie leggen we uit waarom we bij welk paard gingen staan. Ik leg de trainers uit waarom ik naar dat bruine en vooral ook waarom ik beslist niet naar dat zwarte paard ging. Redenen genoeg: omdat-ie zijn eigen gang ging, bij de andere cursisten wegliep en gewoon te onafhankelijk en te sterk overkomt. Bovendien ben ik bang dat-ie gaat bijten of schoppen zodra ik me in zijn buurt waag. Ik vergeet volledig dat ik niet erg aardig over hún paard – en dus hun baby – praat.

De trainer heeft er verder geen oordeel over, zoals paarden dat ook niet hebben. Hij zegt rustig dat ik maar eens naar dat paard moet kijken. Plichtmatig draai ik me om naar meneer de hengst. Goed, het is wel een mooi paard en… jawel, hij komt nu uit eigen beweging naar me toe. Voordat ik het door heb, staat het zwarte dier naast mij en heeft-ie vooralsnog geen hap genomen. Ik waag het zelfs om z’n vacht aan te raken. Uiteindelijk houden juist dít paard en ik het samen een tijdje uit.

Natuurlijk had iemand anders mij ook heus kunnen vertellen dat ik snel tegen dingen opzie, bergen creëer, mezelf automatischer lager inschat dan de ander, maar praten over je angsten is iets heel anders dan ter plekke de gevaren trotseren.

Nu ik op zoek ben naar iets vastigs: een baan, een project of een wekelijks terugkerend iets, denk ik terug aan dat moment in die prettige sessie waarbij dat zwarte gevaarte vanuit de verte zo eng was, en van dichtbij vrij toegankelijk bleek. De stemmetjes die mij vertellen dat ik toch niets kan vinden, dat ik te lang zelfstandig ben geweest, nooit meer kan functioneren op een zweterig kantoor en tussen ‘de mensen’ en eigenlijk niets anders kan dan schrijven. En ook dát is maar de vraag, want wat heb ik al die jaren in vredesnaam aangeleverd en hoe onhandig ben ik soms niet geweest? maan ik tot stilte. En ik besluit om gewoon maar te gaan zoeken en uit te proberen. Meteen voel ik weer iets van die high die ik kreeg toen ik mijn vaste baan vaarwel zei en de onzekerheid ging omarmen – toen lukte dat mij blijkbaar wel – en dit heel veel leuke opdrachten teruggaf.

Wie weet lopen dit nieuwe duistere gevaar en ik op elkaar af en blijken we het samen prima te kunnen vinden.

Veerkracht

leven

We hoorden een paar donderende klappen en hartverscheurend gehuil. Ergste nachtmerrie ever: dochter was door het zoldertrapgat heen van de steile trap gevallen, in het donker. Ze dacht dat het luik dicht zat en was in het gat gestapt. Ik dacht dat ik niet goed werd toen ze snikkend tegen me aan lag. Mijn primaire reactie was: zeggen dat ze de volgende keer – alsjeblieft – het licht aan moet doen voordat ze naar beneden loopt.  Maar terwijl ik dit zei, kreeg ik meteen spijt. De angst om iets kostbaars te verliezen vind ik het allerzwaarste sinds ik moeder ben. En tegelijkertijd heeft mijn dochter hier geen boodschap aan. Ze had niets aan mijn angst en mijn woorden. Ze was zich rot geschrokken en had iemand nodig die haar alleen maar vasthield. Dat deed ik dan ook. In mijn armen kwam haar bevende lijfje langzaam tot bedaren.

‘Mam, ik vind het zo erg. Ik moet er elke keer aan denken.’ Ze was nu tussen mij en de bank gekropen en we keken een filmpje. Ik vertelde haar dat dat heel normaal is dat je er veel aan denkt, dat je langzaam steeds weer meer plek in je hoofd krijgt om aan andere dingen te denken, en dat de schrik na een tijdje uit je lijf en hoofd is. Het werd die avond laat en eigenlijk nog best gezellig, zo met z’n drieeën op de bank.
De volgende dag strompelde ze de trap af. Blauw scheenbeen. Beurse oksel. Zou ze echt niks gekneusd hebben? dacht ik nog. Na een rustige ochtend wilde ze naar buiten.
‘Ga je doen, dan?’
‘Skeeleren’

De veerkracht van kinderen. Die willen zo snel mogelijk weer doen wat ze het liefste doen: spelen, leven. En als ze zijn gevallen, zorgen wij dat we er voor hen zijn.

 

Pracht-dingen

together-2408616_1920

In de aula van de middelbare school bungelden ze om me heen. In verhouding met mijn lijf leken ze zo lang. Zo ongemakkelijk ook. Wat moet je met je armen als iedereen naar je kijkt?

‘Je zusje heeft een knuffel nodig,’ zei iemand tegen me die haar verdriet zag. Ik had het ook gezien, maar daar nog geen omhelzing aan gekoppeld. Ik liep op haar af en drukte ze om haar heen, maar mijn armen snapten niet wat ze precies moesten doen. Beetje stram, beetje stijf. Onbehaaglijk voelden ook die knuffels die ik weleens kreeg. Toen die kennis van de kerk mij spontaan tegen haar lichaam aandrukte. Het was in de tijd dat we over alles praatten, behalve over de dingen waar we ons voor schaamden en we schaamden ons een hoop.
Pas geleden ontving ik ze weer. Ik blogde wekelijks over een tijd waarin ik het liefst mijn hoofd onder een kussen wilde steken. Tijdens het schrijven gooide ik de zware dekens van me af en vertelde ik wat er die schimmige tijd in mij had geleefd en hup, daar kwamen tientallen knuffels in liefdevolle emoji’s en in lijflijke omhelzingen op me af. Ik kreeg er een kleur van.

Een vriendin nam definitief afscheid van iemand die ze innig liefhad. En daar waren ze weer. Op facebook en in het echt. Warme, tanige, korte, lange, zachte of juist stevige armen. Zo om haar heen. Waterige ogen die elkaar begroetten. De warmte van een ander persoon tegen haar verdrietige lichaam. Een kus op haar natte wang.
Ik zag twee mensen. Ze liepen hand in hand, maar raakten elkaar niet aan. Allebei hadden ze een band om hun pols en daartussen zat een lijn. Toen ik beter keek, las ik op het t-shirt van de heren de woorden ‘Running Blind’. Blindelings volgde de ene man de ander die hem langs wegen leidde, langs slootjes liep, een drukke weg overstak. Zijn hand aan die van een ander. Het beeld ontroerde me.
Laatst waren ze om mij heen. Warme en oprechte armen van iemand die zei dat ze veel voor ons gezin bad. De tranen sprongen in mijn ogen.
Gisteren gebruikte ik die van mij voor een ander. Ging bijna vanzelf.

Die armen die aan ons lijf hangen. Ik moest er even aan wennen, maar wat een prachtdingen zijn dat toch.

Deze column verscheen in Jente.

Poedel-naakt op Stressed Out

naakt
Het begon allemaal met één blog waarbij ik mijn ‘stress-coming out’ had. Maandenlang had ik mezelf onzichtbaar gemaakt en liet ik me door berichten op social media lamleggen. Iedereen leek zo’n leuk en succesvol leven te hebben, terwijl wij thuis worstelden met de burn-out van mijn man en ons sociale leven zagen opdrogen. In september 2016 besloot ik mijn gedachten op te schrijven. Ik had een overwinning te melden: we waren sinds tijden weer als compleet gezin (dus inclusief man) weg geweest. Deze blog deelde ik op mijn Facebookpagina.

Meteen werd ik overladen door lieve reacties en de blog leidde tot een verzoek van mijn oud-collega Maaike Helmer, founder van STRESSED OUT. Of ik over deze rottijd wilde bloggen. Even twijfelde ik, want als mens en zeker ook als zzp’er wil je vooral overwinningen delen (zodat je aantrekkelijk bent en blijft voor opdrachtgevers) en door deze blogs zou ik poedelnaakt rondlopen. Omdat door het gebrek aan werk mijn creativiteit een dieptepunt had bereikt, zei ik toch ja. Ik móest weer schrijven van mezelf, schrijven doet schrijven en dus deed ik het. Doodeng. Het resulteerde in deze serie.

Wat me motiveerde waren de lieve reacties die ik van lezers kreeg en ik raakte met mensen in gesprek. Gewoon op straat of in de supermarkt. Sommige vertrouwden me bij school toe dat ze zelf ziek thuis zaten. Ook kreeg ik persoonlijke berichtjes van andere vrouwen van wie de man kampte met een burn-out. Soms al jarenlang. We herkenden elkaars worstelingen. Het gevoel dat je de enige bent, kan verstikkend werken; weet je dat meer mensen worstelen met dezelfde problemen, dan is dat troostend en uiteindelijk versterkend. Daarom ga ik nog een tijdje door met bloggen. Deze weken wordt de serie herhaald, vanaf september komen er nieuwe blogs. We krabbelen een beetje op, duikelen terug en beginnen dan vanaf nul – wat uiteindelijk erg goed blijkt.

PS: Ondertussen is er weer veel veranderd, we zijn anders gaan denken, werken en leven. Daarover later meer! Fijne vakantie alvast! Ik kan niet wachten 🙂